Search
Last Name:
First Name:


JavaScript DHTML Drop Down Menu By Milonic





   
Bosschaerts-Persyn Genealogical Pages




Bosschaert logo
Go back a page
Surname ListPhotosDocumentsHistoriesNotesPlacesWhat's NewStatisticsHelp
 
Bosschaerts - Persyn Genealogie - Bekende Schilders - Ambrosius III Bosschaert

HomeHome    SearchSearch    PrintPrint   

Biografie van Ambrosius-III Bosschaert (1573-1621)

Link naar genealogieGenealogie

Hij is gedoopt te Antwerpen (O.L.V.) op 18 november 1573, overleden te 's Gravenhage in het jaar 1621, als zoon van Ambrosius en Janneke VAN DE MORAS
Het is niet duidelijk of Ambrosius een voorhuwelijkskind is. Het wordt nooit vermeld.
In de kunstliteratuur wordt Ambrosius III ‘de Oude’ genoemd.
Ambrosius signeert zijn werkstukken met een monogram: een grote hoofdletter A, waarbinnen een kleinere hoofdletter B voorkomt. Het geheel wordt vooraf gegaan en gevolgd door een punt.
Ambrosius Bosschaert kwam als jongeman met zijn ouders van Antwerpen naar Middelburg. Dat hij, zoals de handboeken aangeven, de schilder van die naam zou zijn, die 1588/89 in de Antwerpse liggeren voorkomt is niet mogelijk. Dit is zijn vader, eveneens Ambrosius geheten, en door ons Ambrosius II genoemd.
Wanneer Ambrosius II met zijn vrouw en zijn enig kind naar Middelburg uitweek is niet bekend. Na de inneming van Antwerpen volgend op het beleg van de stad, stond Parma aan de daar verblijvende protestanten een termijn van vier jaar toe, waarin zij tot de moederkerk moesten terugkeren of het land moesten verlaten.
Maar die termijn van vier jaar is niet rigoureus in acht genomen. Het is niet duidelijk welke tijd Maria bedoelt met ‘ten tijden dat Schaffer gebrant is’. We kunnen slechts zeggen, dat Ambrosius II tussen 1588 en 1593 met zijn zoon Ambrosius III naar Middelburg ging. In 1593 wordt Ambrosius III voor het eerst vermeld in de gildenboeken van St. Lucas te Middelburg, en wel als ‘beleeder’, bestuurslid. De schilder was toen dus 20 jaar. In de volgende jaren kan men Ambrosius regelmatig als deken of oud-deken in het St. Lucas-gilde aantreffen: 1597, 1598, 1603, 1604, 1612 en 1613. Hij leefde en werkte in de hoofdstad van Zeeland.
Bloemen in een vaas,
1614, 26x20cm

Bloemenstilleven, 1614

4 tulpen in een bokaal,
1615, 19x13cm, koper

Bloemen in een glasraam, 1619


Ambrosius III is dan wel bekend als kunstschilder, maar er moet dan bij gezegd worden dat hij eigenlijk een specialist was in een bepaald genre: het bloemstuk. Kunsthistoricus L.J. Bol plaatst Ambrosius in zijn voortreffelijk werk The Bosschaert Dynasty wel als bloem- en fruitschilder, maar de fruitschilderingen beperken zich tot enkele ‘jeugdzonden’. (Bol vermeldt in het gehele oeuvre van Ambrosius III slechts twee fruitstillevens.) Er wordt in geschriften van andere auteurs ook beweerd, dat Ambrosius schilder van zeegezichten en landschappen zou zijn. En dit op grond van een bevelschrift tot betaling voor de Ontvanger-Generaal van de Staten van Zeeland, gedateerd XXIII may 1612. Er staat: ‘... aen Ambrosius Bosschaert, schilder, de somme van veertich ponden grooten Vlaems tot voldoeninghe van een stuck schilderie, wesende de slach tusschen onse oirlochschepen ende de Spaensche galleijen van Spinola geschiet, dwelck van hem is ghecocht tot een cieraet van de raetcamer’. Dit document legt echter slechts vast, dat Ambrosius een schilderij verkocht en niet dat hij dat schilderij ook zelf gemaakt had. Het is uit vele stukken bekend dat Ambrosius een aanzienlijke kunsthandel dreef. Zelfs een handel van internationaal allure. In 1612 verzoekt Ambrosius aan de Admiraliteit van Zeeland hem toe te staan ‘het vrij uytvoeren na Enghelant ende weder innebrenghen van eene groote schoone quantiteyt schilderijen, die hij bij hem heeft, mits betalende slants gherechticheijt vande schilderijen die aldaar vercocht zullen worden.’ Het antwoord van de Admiraliteit van Zeeland vinden wij in de Notulen van 10 november 1612: ‘dat des suppliants schilderijen by ghecommiteerden uyten Rade, ten overstaen van twee schilders, hun des verstaende, zullen ghevisiteert ende ghepriseert worden’, en dat hij alsdan het verschuldigde zal betalen ‘van alle de stucken nae de weerde’ en dat hem ‘sal gherestitueert worden tghene hij voor de schilderijen sal betaelt hebben, die wederom ghebrocht zullen worden’. Ambrosius is dus duidelijk - en dat blijkt uit zeer vele akten - kunstschilder van bloemstukken én kunsthandelaar.
Omstreeks Ambrosius' tijd ontstond een groeiende belangstelling in bloemen, vooral bloemen vanuit vreemde landen. Een van die factoren leidde tot de triomfale zegetocht van de tulp en de tulpenhandel in West-Europa. De bloemen waren zo in trek, dat een dame, die verzot was op tulpen maar ze niet kon betalen, een beroemde kunstschilder verzocht ze voor haar te schilderen. Dat kon ze tenminste financieel nog aan. De siertuin kwam in trek en daarnaast het geschilderde bloemstuk, dat nooit kon verleppen. De eigenaars van hoven zagen op het paneel aan de wand het vergankelijke bloembezit bestendigd. Die botanische bloemstukken bevatten dan vooral: tulpen in allerlei soort, grote gevulde rozen, vele soorten van narcissen, irissen en lelies. Dit waren planten van verre kusten.

Boeket in een raamboog,1620, 64x46cm

Boeket van bloemen in een erker, 1620, 23x17cm

Boeket van bloemen in een glazen vaas, 1621, 26x 36cm, olie op koper

Stilleven van bloemen, anno 1620


Ambrosius werkt aan zijn bloemstukken met bezield geduld, in aandachtig streven naar een getrouw voltooien van de bloemen-beeltenissen. Vergelijking met de toenmalige vaderlandse portret-groep ligt voor de hand. De bloemstukken worden gevormd door naast en boven elkaar geplaatste individuele ‘portretten’, waarbij elk het volle pond krijgt van duidelijke herkenbaarheid. Geen enkele is er ondergeschikt of is opgeofferd aan de compositie, de lichtvoering, de atmosfeer of de samenbindende toon. Alleen krijgt er de ‘hoofdman’, in casu een bloem van gewicht, een saillante plaats. Een streven naar duidelijkheid en exactheid leidt bij Ambrosius tot hyper-realisme: geen bloem blijft in de schaduw, elke bloemkroon komt helder en stralend voor den dag, in zijn eigen locale kleur en in een gelijkmatig licht. Alle bloemen treden tegelijk op de voorgrond, in een eenheid van tijd en plaats. Ook al bloeien vele van de geschilderde bloemen op geheel verschillende momenten en is een boeket zoals het geschilderd is in werkelijkheid nooit samen te stellen.
Ambrosius moet een fonds van bloemstudies hebben bezeten, die hem dienden voor zijn geschilderde boeketten. Dikwijls zijn congruente herhalingen van dezelfde bloem te zien op verschillende schilderijen van zijn hand. Het bloemstuk, zoals dat door Ambrosius III te Middelburg in het leven werd geroepen heeft daar tot 1650-1660 in die vorm stand gehouden: een symmetrisch gecomponeerd boeket van voornamelijk gekweekte bloemen, uitvoerig analytisch geschilderd in naturalistische opvatting. De bloemtuil heeft rozen aan de basis, tulpen in de middenpartij, vaak ook in de bovenlaag, en een markante top-bloem. Dauwdruppels, klein gedierte en dikwijls ook schelpen zijn hierbij geliefde accessoires. De ruiker staat tegen een effen achtergrond en wordt soms omsloten door een getoogde nis. De meeste afwijkingen van dit schema vinden we nog bij Ambrosius III zelf: een stilleven uit louter rozen of enkel tulpen of een boeket geplaatst voor een venster met uitzicht op een landschap.
Er wordt in de kunstliteratuur vaak gesteld, dat de Fluwelen Brueghel de leermeester van Ambrosius zou zijn geweest. Deze stelling houdt geen stand: Ambrosius had in 1593 al een bestuursfunctie in het Middelburgse Lucasgilde, terwijl Jan Brueghel nog in Italie verbleef. Jan werd in 1597 vrijmeester-schilder in Antwerpen. Uit niets blijkt een contact met Middelburg. Bloemstukken zijn tot die tijd trouwens van Jan's hand niet bekend. Wel later. Niettemin zijn er geen bevredigende verklaringen voor het feit, dat bij een aantal elementen een duidelijke overeenkomst bestaat. Deze overeenstemmende elementen worden zelfs vaak in dezelfde positie in het boeket door Ambrosius en Brueghel geplaatst. Men komt er toe om te denken, dat zowel Ambrosius als Brueghel gebruik maakten van dezelfde gravures als schetsvoorbeeld. Maar het is niet mogelijk gebleken om aan te geven om welke gravures dat dan zou gaan.
Tot 1615 woont en werkt Ambrosius in Middelburg. Hij is ook vaak te gast in het nabij gelegen Arnemuiden, waar hij bijvoorbeeld zijn zoon Ambrosius IV ten doop houdt. Op eind 1614, begin 1615 verhuist Ambrosius naar Bergen op Zoom. Daar heeft hij niet lang gewoond. Want in maart 1616 is Ambrosius al woonachtig in Utrecht. Uit de Utrechtse gildeboeken weten wij, dat Ambrosius in de periode 1616-1618 weigerde om de door hem verplichte bijdrage te voldoen. Met de komst van Ambrosius naar Utrecht werd deze stad spoedig het centrum van de bloemschilders. Ook Balthasar van der Ast (de zwager van Ambrosius) en Roelandt Savery vestigden zich spoedig te Utrecht, terwijl zijn zoon Ambrosius IV enkele jaren later de traditie van zijn vader in de Domstad zal voortzetten. Voor het einde van 1619 verhuist Ambrosius III voor het laatst: hij keert terug naar Breda. De laatste jaren van zijn leven zijn zeer productief. Ambrosius maakt in deze periode 1619-1621 een groot aantal schilderstukken. De apotheose van zijn werk wordt gevormd door een paneel van maar liefst 129 bi 85 cm. Hij brengt dit meesterwerk persoonlijk naar Den Haag om het aan de bottelier van de stadhouder af te leveren. Daar ten huize van jonkheer Frederik Schuurmans, de vader van de bekende Anna Maria, overlijdt hij aan een ziekte.

Ambrosius is getrouwd in het jaar 1604 met Maria VAN DER AST, dochter van Hans en Heyltken Mertens.
Maria is de zuster van de beroemde kunstschilder Balthasar van der Ast (1593/94-1657). Balthasar, die ruim 20 jaar jonger was dan Ambrosius, heeft waarschijnlijk veel vertoefd in de studio van Ambrosius III. Er wordt verondersteld, dat Balthasar na het overlijden van zijn vader, geheel aan de zorg van Ambrosius en zijn vrouw werd toevertrouwd. Zo zal er een sterke invloed van Ambrosius op de jonge Balthasar zijn te verwachten. Ofschoon Balthasar een ander soort oeuvre heeft als Ambrosius en ofschoon Balthasars werk veel modernistischer was, is deze invloed van Ambrosius duidelijk te onderkennen.

© Rudi Bosschaerts, 2003

Top of pageGo back
  
Powered by Darrin Lythgoe's TNG    WebDesign: Sven Bosmans     Hosted at One.com    © 1994-2007 Rudi Bosschaerts
Please respect our research and do not copy or duplicate it.     On request additional data can be obtained.